Dubbele vacht & verharing

Dubbele vacht

De vachtkenmerken van honden worden door meerdere genen beïnvloed en bepalen zowel de vachtstructuur (enkele of dubbele vacht) als het verharingspatroon. Een dubbele vacht bestaat uit grove dekharen die de bovenvacht vormen en een zachtere, isolerende ondervacht. Honden met een enkele vacht hebben geen echte ondervacht. Honden met een dubbele vacht verharen doorgaans duidelijker seizoensgebonden, doordat de ondervacht volgens een natuurlijke cyclus uitvalt.

Een genetische variant die in verband wordt gebracht met de aanwezigheid van een dubbele vacht bevindt zich vóór het ADRB1-gen op chromosoom 28. Deze variant wordt gebruikt als geassocieerde marker, omdat de daadwerkelijke genetische variant die verantwoordelijk is voor de ontwikkeling van de ondervacht nog niet is geïdentificeerd. De exacte overerving is nog niet volledig vastgesteld. Beschikbare gegevens wijzen er echter op dat de marker zich bij veel rassen op een recessief-achtige manier gedraagt.

Honden met het genotype C/C hebben doorgaans een dubbele vacht, terwijl honden met het genotype T/T meestal een enkele vacht hebben. Heterozygote honden (T/C) hebben meestal een enkele vacht, hoewel de vachtkenmerken kunnen variëren afhankelijk van het ras en de genetische achtergrond.

Verharing

Naast de vachtstructuur wordt ook de mate van verharing beïnvloed door afzonderlijke genetische factoren. Varianten in het MC5R-gen (melanocortin 5 receptor) zijn in verband gebracht met een verminderde verharing bij honden.

Wanneer de mate van verharing wordt beoordeeld op een schaal van licht (0) tot zwaar (1), hebben honden die ten minste één kopie van de variant dragen die verharing vermindert, consequent een aanzienlijk lagere verharingsscore dan honden die deze variant niet dragen. Dit effect is het duidelijkst bij honden met een halflange vacht zonder ruwharige kenmerken of furnishings. Bij deze honden kan de MC5R-status een aanzienlijke invloed hebben op de hoeveelheid zichtbare verharing.

Honden die deze MC5R-varianten dragen, kunnen daardoor in het algemeen minder verharen en minder uitgesproken seizoensgebonden verharing vertonen, ongeacht of ze een enkele of dubbele vacht hebben.

Het is belangrijk om te weten dat verharen een normaal biologisch proces is en dat de hoeveelheid en timing van de verharing sterk kunnen verschillen tussen individuele honden. Ras, leeftijd, hormonale status (bijvoorbeeld na castratie of sterilisatie), seizoensveranderingen en de algemene gezondheid hebben allemaal invloed op de hoeveelheid haar die een hond verliest en op de zichtbaarheid van de ondervacht. Dit kan zelfs verschillen tussen honden met dezelfde genetische uitslag.

Ook de verzorging van de vacht kan het uiterlijk beïnvloeden. Zo kan het scheren van een hond met een dubbele vacht de structuur van de teruggroeiende vacht veranderen, omdat de ondervacht vaak sneller teruggroeit dan de dekharen.

Relevante testen

  • H464
  • H299